BTW-verhoging naar 21% - De overgangsregeling

18:18 uur

Per 1 oktober 2012 wordt het algemene BTW-tarief verhoogd van 19% naar 21% verhoogd. Die tussentijdse tariefsverhoging roept veel vragen op in de praktijk. Financiën heeft onlangs het antwoord op 14 praktijkvragen gepubliceerd, en daarmee de overgangsregeling voor de BTW-tariefaanpassing verduidelijkt.


 De basisregel voor de overgang van 19% naar 21% is dat het tarief moet worden toegepast dat van kracht is op het tijdstip waarop de prestatie – de levering of de dienst – wordt verricht: - 19% als de prestatie wordt verricht vóór 1 oktober 2012, en - 21% als de prestatie wordt verricht op of na 1 oktober 2012. Het tijdstip van het uitreiken van de factuur, of van betaling is hierbij niet van belang. Is vóór 1 oktober een factuur met 19% BTW is uitgereikt voor een prestatie die op of na 1 oktober 2012 wordt verricht, dan wordt de 2% extra BTW per 1 oktober 2012 verschuldigd aan de Belastingdienst. Die extra BTW moet worden afgedragen bij de BTW-aangifte over oktober 2012, dan wel over het vierde kwartaal van 2012. Financiën keurt goed dat in deze situatie – desgewenst – al vóór 1 oktober met 21% BTW gefactureerd mag worden. Die (extra) BTW kan worden opgenomen in rubriek 1c van de digitale aangifte. Is dat problematisch, dan is rubriek 1a toegestaan. De afnemer mag de 21% BTW conform de gangbare regels vóór 1 oktober als voorbelasting in aftrek brengen.


Bij doorlopende prestaties – zoals bij de levering van gas, water en elektriciteit, bij telecommunicatiediensten - die gestart zijn vóór 1 oktober, moet de afrekening worden gesplitst: voor het deel van de prestaties dat plaatsvindt vóór 1 oktober geldt het 19% tarief, voor de prestaties die ná 30 september plaatsvinden geldt het nieuwe 21% BTW. De ondernemer moet voor de prestaties vanaf 30 september een factuur met 21% BTW uitreiken aan ondernemers en rechtspersonen (om hun aftrek als voorbelasting veilig te stellen). Reikt de ondernemer begin volgend jaar een jaarfactuur voor 2013 uit, dan kan hij er voor kiezen om de 2% extra BTW over het vierde kwartaal bij die factuur in rekening te brengen, met vermelding “nagefactureerde BTW 2012”. Hij moet die extra BTW wel afdragen bij de BTW-aangifte over oktober 2012, dan wel over het vierde kwartaal van 2012.


Bij onderhouds- en serviceabonnementen voor cv-installaties, liften en dergelijke, geldt dat de onderhoudsdienst als hoofdprestatie wordt aangemerkt. Er is hier geen sprake van een doorlopende prestatie. Het tijdstip waarop de onderhoudsdienst is afgerond, is beslissend voor de vraag of 19% of 21% BTW verschuldigd is. Het maakt niet uit of de vergoeding voor de dienstverlening vooraf, in termijnen of na afloop is betaald. Is voor het onderhouds- of serviceabonnement vóór 1 oktober met 19% gefactureerd en is die factuur al betaald, dan is de ondernemer 2% extra BTW verschuldigd als hij de dienst op of na 1 oktober 2012 verricht.


Bij de bouw of verbouwing van een onroerende zaak, is én blijft het 19% BTW-tarief van toepassing op de termijnen die volgens overeenkomst vóór 1 oktober 2012 vervallen. Dat geldt ook voor apart overeengekomen verbouwingen, zoals het plaatsen van een nieuwe keuken of badkamer. Als opdracht wordt gegeven tot het verrichten van meerwerk vóór 1 oktober, en bij het verstrekken van die opdracht moet direct een bepaald bedrag worden betaald, dan kan dat direct te betalen bedrag beschouwd worden als een op dat tijdstip vervallen termijn. Het 19%-tarief is van toepassing. Voor een integratieheffing bij een onroerende zaak die op of na 1 oktober 2012 plaatsvindt, mag uitgegaan worden van 19% BTW voor de termijnen en kosten van vóór 1 oktober 2012.


Voor nieuwbouwwoningen geldt een specifieke overgangsregeling. Als de woning is gekocht vóór 28 april 2012, en de opleveringsdatum ligt op of na 1 oktober 2012, blijft het 19% BTW-tarief gelden voor alle termijnen die vervallen tot 1 oktober 2013. Dat geldt ook voor opdrachten voor meerwerk. Bepalend is dat de koop- of aannemingsovereenkomst is gesloten vóór 28 april 2012; dat in die overeenkomst (ontbindende of opschortende) voorwaarden zijn opgenomen doet er niet toe. De aankoop van alleen een bouwkavel kwalificeert niet voor de overgangsregeling. De overgangsregeling geldt uitsluitend voor nieuwbouwwoningen. Woon-bedrijfspanden vallen ook onder deze regeling, mits die voor meer dan 50% voor particuliere woning worden gebruikt. Is dat gebruik 50% of minder, dan moet een splitsing plaatsvinden en geldt de overgangsregeling uitsluitend voor het woongedeelte van het pand.


Bron: Belastingbelangen


Voor verder vragen kunt u contact met ons opnemen.

Comments (40)

Laat een reactie achter

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.